ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ6244
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geheimhouding stukken in belastingzaak op grond van artikel 8:29 Awb
In deze bestuursrechtelijke belastingzaak heeft de inspecteur navorderingsaanslagen en boetes opgelegd aan belanghebbenden, die daartegen beroep instelden. Belanghebbenden verzochten inzage in alle op de zaak betrekking hebbende stukken, waaronder diverse documenten uit België en gegevens over de chikwadraattoets en redelijke schatting.
De inspecteur overhandigde geschoonde versies van deze stukken en deed een verzoek om beperkte kennisneming van de ongeschoonde versies op grond van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank heeft de stukken beoordeeld en een belangenafweging gemaakt tussen het recht van belanghebbenden op inzage en de zwaarwegende belangen van de inspecteur bij geheimhouding.
De rechtbank oordeelde dat de bescherming van persoonsgegevens van derden, het belang van een effectieve opsporing en vervolging, de vertrouwelijkheid van controlestrategieën en het belang van internationale betrekkingen zwaarder wegen dan het belang van belanghebbenden bij volledige openbaarheid. Daarom is de beperking van de kennisneming van de stukken gerechtvaardigd en slaagt het beroep van de inspecteur.
De zaak werd behandeld in een geheimhoudingskamer, waarbij ook de processtukken en memo's over de identificatie van rekeninghouders en de verhouding meewerkers/weigeraars/ontkenners werden betrokken. Belanghebbenden konden de geschoonde stukken inzien, maar de ongeschoonde versies bleven geheim. De rechtbank bevestigde dat het recht op kennisneming geen absoluut recht is en dat artikel 6 EVRM Pro geen aanleiding geeft tot een ruimere interpretatie dan de Awb.
Tegen deze beslissing kan geen afzonderlijk beroep worden ingesteld, maar pas gelijktijdig met het hoger beroep tegen de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de beperking van kennisneming van stukken op grond van artikel 8:29 Awb gerechtvaardigd is en wijst het beroep van belanghebbenden af.