ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ6243
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verzoek om beperkte kennisneming van stukken in belastingzaak
In deze bestuursrechtelijke belastingzaak heeft de inspecteur een verzoek gedaan om beperkte kennisneming van diverse stukken die betrekking hebben op navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen tegen belanghebbenden. Belanghebbenden wilden volledige inzage in alle stukken, waaronder documenten uit België, nota's, bijlagen en gegevens over controles en schattingen.
De rechtbank heeft onderzocht of de inspecteur op grond van artikel 8:29 Awb Pro terecht bepaalde gegevens heeft afgeschermd vanwege zwaarwegende belangen zoals de bescherming van persoonsgegevens van derden, het belang van effectieve opsporing en vervolging, en de betrekkingen met andere staten. De rechtbank concludeert dat de inspecteur voldoende gewichtige redenen heeft aangevoerd om de geheimhouding te rechtvaardigen.
De rechtbank heeft de stukken integraal ingezien en beoordeeld. Voor de meeste stukken, waaronder de aanbiedingsbrief, nota, rekeningstandenlijsten, chikwadraattoets, en memo's over controlestrategieën, is besloten tot gedeeltelijke of volledige geheimhouding van persoonsgegevens en strategische informatie. Belanghebbenden hebben zich niet verzet tegen deze afschermingen. De rechtbank acht het belang van de Belastingdienst bij bescherming van deze gegevens zwaarder dan het belang van belanghebbenden bij volledige openbaarheid.
De rechtbank heeft ook vastgesteld dat het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens geen verdergaande openbaarheid eist dan de Awb voorschrijft. De beslissing is genomen na een zitting in de geheimhoudingskamer en is ondertekend door rechter M.M. de Werd. Tegen deze tussenbeslissing is geen zelfstandig beroep mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de inspecteur terecht beperkte kennisneming toepast en de geheimhouding van stukken gerechtvaardigd is.