ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ6241
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verzoek tot beperkte kennisneming van stukken in belastingzaak
In deze bestuursrechtelijke belastingzaak heeft de inspecteur een verzoek gedaan om beperkte kennisneming van diverse op de zaak betrekking hebbende stukken, waaronder documenten uit België en bijlagen met persoonsgegevens. Belanghebbenden vorderden volledige inzage in deze stukken om de juistheid van de belastingaanslagen te kunnen toetsen.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de stukken onder artikel 8:42 van Pro de Awb vallen, maar dat dit artikel niet absoluut is en beperkingen mogelijk zijn op grond van artikel 8:29 Awb Pro. Na zorgvuldige afweging heeft de rechtbank geoordeeld dat de door de inspecteur aangevoerde zwaarwegende belangen, zoals bescherming van persoonsgegevens, controlestrategische overwegingen en internationale betrekkingen, zwaarder wegen dan het belang van belanghebbenden bij volledige openbaarheid.
De rechtbank heeft de geheimhouding van namen, adressen, telefoonnummers en andere persoonsgegevens in diverse documenten en bijlagen bevestigd. Ook memo's en proces-verbalen met controle-informatie mogen geheim blijven. Belanghebbenden hebben geen voldoende zwaarwegende argumenten aangevoerd om deze geheimhouding te doorbreken. De rechtbank heeft het beroep van de inspecteur op artikel 8:29 Awb Pro daarom gehonoreerd en de beperkte kennisneming van de stukken toegestaan.
De beslissing is genomen op 18 maart 2011 door rechter M.M. de Werd en griffier M.S.J. Pijnenburg-Braspenning. Tegen deze tussenbeslissing kan geen zelfstandig beroep worden ingesteld, alleen samen met hoger beroep tegen de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de beperking van de kennisneming van stukken door de inspecteur gerechtvaardigd is op grond van artikel 8:29 Awb.