ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ5995
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geheimhouding op grond van artikel 8:29 Awb in belastingzaak
In deze bestuursrechtelijke belastingzaak hebben belanghebbenden beroep ingesteld tegen navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen opgelegd door de inspecteur. De rechtbank heeft zich gebogen over het verzoek van belanghebbenden tot volledige inzage in alle op de zaak betrekking hebbende stukken.
De inspecteur heeft een verzoek gedaan om beperkte kennisneming van bepaalde stukken, waarbij delen zijn geanonimiseerd of geheimgehouden vanwege bescherming van persoonsgegevens, controlestrategische overwegingen en internationale betrekkingen. De rechtbank heeft de stukken beoordeeld op grond van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en een belangenafweging gemaakt tussen het belang van belanghebbenden bij openbaarheid en het belang van de inspecteur bij geheimhouding.
De rechtbank concludeert dat de door de inspecteur aangevoerde zwaarwegende redenen, zoals de bescherming van persoonsgegevens van derden, het belang van effectieve opsporing en de betrekkingen met andere staten, zwaarder wegen dan het belang van belanghebbenden bij volledige openbaarheid. Daarom is de beperking van de kennisneming gerechtvaardigd. De rechtbank heeft de geschoonde versies van de stukken aan belanghebbenden verstrekt, maar de ongeschoonde versies geheim gehouden.
De zitting vond plaats op 1 maart 2011, waarbij partijen zijn gehoord. De beslissing is genomen op 18 maart 2011 en ondertekend door rechter M.M. de Werd. Tegen deze tussenbeslissing kan geen afzonderlijk beroep worden ingesteld.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de inspecteur terecht stukken deels geheimhoudt op grond van artikel 8:29 Awb.