ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ5752
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geheimhouding stukken in belastingzaak op grond van artikel 8:29 Awb
De inspecteur legde navorderingsaanslagen en boetes op aan belanghebbenden en handhaafde deze bij bezwaar. Belanghebbenden verzochten inzage in alle op de zaak betrekking hebbende stukken, waaronder documenten uit België en diverse bijlagen. De inspecteur overhandigde geschoonde versies en deed een verzoek om beperkte kennisneming van ongeschoonde stukken op grond van artikel 8:29 Awb Pro.
De rechtbank beoordeelde of de geheimhouding gerechtvaardigd was door belangen van belanghebbenden af te wegen tegen die van de inspecteur. De inspecteur voerde als redenen bescherming van persoonsgegevens, controlestrategische overwegingen en het belang van internationale betrekkingen aan. Belanghebbenden verzette zich slechts beperkt tegen de geheimhouding.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur terecht de namen, contactgegevens en andere persoonsgegevens had geanonimiseerd en dat het belang van een effectieve controle en bescherming van privacy zwaarder woog dan het belang van belanghebbenden bij volledige openbaarheid. Ook werd het beroep op artikel 67 AWR Pro en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens betrokken in de motivering. De rechtbank wees het beroep van de inspecteur op artikel 8:29 Awb Pro toe en verklaarde de beperking van kennisneming gerechtvaardigd.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de beperking van kennisneming van stukken op grond van artikel 8:29 Awb gerechtvaardigd is en wijst het beroep van de inspecteur toe.