ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ5741
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van geheimhouding en beperkte kennisneming van stukken in belastingzaak
In deze bestuursrechtelijke belastingzaak heeft de inspecteur navorderingsaanslagen en boetes opgelegd aan belanghebbenden. Belanghebbenden verzochten inzage in alle op de zaak betrekking hebbende stukken, waaronder diverse Belgische documenten en bijlagen.
De inspecteur overhandigde geschoonde versies van deze stukken en deed een verzoek om beperkte kennisneming van ongeschoonde versies op grond van artikel 8:29 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), met als redenen onder meer bescherming van persoonsgegevens, controlestrategische belangen en internationale betrekkingen.
De rechtbank heeft de stukken zorgvuldig gewogen en geoordeeld dat de belangen van de inspecteur bij geheimhouding zwaarder wegen dan het belang van belanghebbenden bij volledige openbaring. Dit betreft onder meer namen, adressen, telefoonnummers en andere persoonsgegevens, alsmede documenten die de controle- en opsporingsstrategie van de Belastingdienst betreffen.
De rechtbank bevestigt dat het recht op kennisneming geen absoluut recht is en dat de Awb en het EVRM hierin voorzien. De beslissing tot beperkte kennisneming is genomen na afweging van alle betrokken belangen en is gerechtvaardigd.
De uitspraak is een tussenbeslissing waarbij de rechtbank het beroep van de inspecteur op artikel 8:29 Awb Pro toewijst, waardoor de geheimhouding van bepaalde gegevens gehandhaafd blijft.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep van de inspecteur op artikel 8:29 Awb toe en bevestigt de beperkte kennisneming van stukken.