ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ3840
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing tarief inkomstenbelasting volgens Goedkeuringswet bij Verdrag met België
Belanghebbende, woonachtig in België, ontving in 2006 lijfrente-uitkeringen van Nederlandse verzekeringsmaatschappijen en betwistte de hoogte van de aanslag inkomstenbelasting die door de inspecteur was opgelegd. De kern van het geschil betrof de juiste toepassing van artikel 3 van Pro de Goedkeuringswet bij het Verdrag tussen Nederland en België, waarin is bepaald dat de inkomstenbelasting over bepaalde inkomsten maximaal 25% mag bedragen.
Belanghebbende stelde dat de aanslag onjuist was berekend en dat sprake was van ongeoorloofde discriminatie, omdat de belastingvermindering pas effect sorteert bij een belastbaar inkomen boven circa €66.000. De inspecteur verdedigde de aanslag en ontkende discriminatie.
De rechtbank stelde vast dat de aanslag terecht was vastgesteld omdat de te betalen inkomstenbelasting niet meer dan 25% van het inkomen bedroeg, conform artikel 3 van Pro de Goedkeuringswet. De stelling van belanghebbende dat alle marginale tarieven maximaal 25% zouden moeten zijn, werd verworpen als onjuiste interpretatie.
Verder oordeelde de rechtbank dat de klacht over discriminatie neerkomt op een toetsing van de billijkheid van de wet, wat niet tot de taak van de rechter behoort. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting wordt bevestigd.