ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ3210
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Schoenmakers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing causaal verband psychische klachten na verkeersongeval en kostenvergoeding
Verzoeker is slachtoffer van een verkeersongeval in september 1999 waarbij hij lichte lichamelijke verwondingen opliep. Na het ongeval ontwikkelde hij psychische klachten en stelde ASR aansprakelijk voor de schade. Diverse deskundigen, waaronder psychiaters en een neuroloog, onderzochten verzoeker en concludeerden dat er geen medisch aantoonbaar causaal verband bestond tussen de klachten en het ongeval. De deskundigen beschreven het gedrag van verzoeker als theatraal en mogelijk met secundaire ziektewinst.
Verzoeker stelde dat het causaal verband vaststond omdat geen deskundige had aangegeven dat de klachten ook zonder ongeval zouden zijn opgetreden. De rechtbank oordeelde echter dat het bewijsrisico voor het causaal verband bij verzoeker ligt en dat de deskundigenrapporten onvoldoende onderbouwing bieden voor het verband. Het verzoek tot benoeming van een nieuwe deskundige werd niet ontvankelijk verklaard omdat hiervoor een ander procesrechtelijk instrument bestaat.
Daarnaast verzocht verzoeker vergoeding van buitengerechtelijke kosten en proceskosten. De rechtbank stelde vast dat na het deskundigenrapport van psychiater T de onderhandelingen feitelijk waren beëindigd en wees de kostenvergoedingen af omdat deze niet als redelijke kosten konden worden aangemerkt. De rechtbank wees het primaire verzoek af, verklaarde verzoeker niet ontvankelijk in het subsidiaire verzoek en wees de overige kostenverzoeken af.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van het causaal verband en vergoeding van kosten wordt afgewezen; het verzoek tot benoeming van een deskundige is niet-ontvankelijk.