ECLI:NL:RBBRE:2011:BP9751
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Van Geloven
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen Océ tegen OMO en Ricoh inzake Europese aanbesteding afdrukapparatuur
Océ heeft de rechtbank Breda verzocht om de overeenkomst tussen OMO en Ricoh te vernietigen en de opdracht alsnog aan haar te gunnen, stellende dat Ricoh misbruik heeft gemaakt van het beoordelingsmodel en dat de motivering van de gunningsbeslissing onvoldoende was. OMO had de opdracht gegund aan Ricoh na een openbare Europese aanbesteding waarbij de economisch meest voordelige inschrijving als gunningscriterium gold.
De rechtbank oordeelt dat de motivering van de gunningsbeslissing in de brief van 3 juni 2010 voldoet aan de wettelijke eisen zoals opgenomen in de Wet implementatie rechtsbeschermingsrichtlijnen aanbesteden (Wira) en het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten (Bao). De brief bevatte een overzicht van scores op kwaliteit en prijs, waardoor Océ in staat was om binnen de gestelde termijn rechtsmaatregelen te treffen. Het verzoek van Océ om inzage in de door Ricoh ingevulde papierprijzen wordt afgewezen wegens gebrek aan rechtmatig belang.
Verder wordt geoordeeld dat Océ niet tijdig een procedure heeft ingesteld binnen de Alcatel-termijn van 15 dagen en dat de overeenkomst tussen OMO en Ricoh niet vernietigbaar is wegens het negeren van deze termijn. De stelling van Océ dat Ricoh onrechtmatig heeft gehandeld wordt niet onderbouwd en faalt. De vorderingen van Océ worden daarom afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten van OMO en Ricoh.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Océ af en bevestigt de gunning van de opdracht aan Ricoh.