ECLI:NL:RBBRE:2011:BP8847
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.M. de Werd
- C.A.F.M. Stassen
- R.W. Otto
- Rechtspraak.nl
Geen toepassing bosbouwvrijstelling bij doorverkoop bosgrond zonder eigen bosbedrijf
Belanghebbende, een vennootschap die zich bezighoudt met het verkrijgen, beheren en exploiteren van landgoederen, kocht bosgrond van haar zustervennootschap [onderneming A] BV. Deze zustervennootschap had de grond gekocht, een bestemmingswijziging geregeld en het bos aangelegd, waarna zij het bos verkocht aan belanghebbende. Kort daarna verkocht belanghebbende een deel van deze bosgrond door aan het Waterleidingbedrijf.
De kern van het geschil betrof de toepassing van de bosbouwvrijstelling op de winst die belanghebbende behaalde uit deze verkoop. Belanghebbende stelde dat zij in aanmerking kwam voor de vrijstelling omdat zij bosgrond bezat en beheerde. De inspecteur was van mening dat de vrijstelling niet van toepassing was omdat belanghebbende zelf geen bosbedrijf uitoefende op de betreffende grond.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende het bos niet duurzaam exploiteerde en dat het directe doorverkopen van de grond aan het Waterleidingbedrijf betekende dat zij geen bosbedrijf uitoefende. Ook de kwalitatieve verplichtingen om het bos in stand te houden en de koopverplichting van de gronden konden hieraan niets veranderen. Daarom werd het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard en werd de winst uit de verkoop als belast beschouwd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de bosbouwvrijstelling niet van toepassing is omdat belanghebbende geen bosbedrijf uitoefende.