ECLI:NL:RBBRE:2011:BP7970
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Poerink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering schadevergoeding wegens risicoaansprakelijkheid Staat bij beslaglegging
Eiser vordert van de Staat een schadevergoeding van €16.651,87 wegens misgelopen rente over bedragen die in conservatoir beslag zijn genomen op zijn en zijn zoon's bankrekeningen. Het beslag werd gelegd op grond van een rechtshulpverzoek van België in verband met strafbare feiten waarvan eiser werd verdacht en later veroordeeld.
De Staat voert verweer dat de vordering verjaard is en dat geen sprake is van onrechtmatige beslaglegging of risicoaansprakelijkheid. De rechtbank oordeelt dat de verjaringstermijn voor het deel van de vordering over de cheques is verstreken, maar dat het deel over de bankrekeningen niet verjaard is omdat eiser pas in 2009 bekend werd met de schade.
De rechtbank stelt vast dat het beslag rechtmatig is gelegd met toestemming van de rechter-commissaris en dat de verdenking gegrond was, zoals blijkt uit de Belgische veroordeling. Ook is geen onredelijke vertraging in de opheffing van het beslag vastgesteld.
Daarom wordt de vordering van eiser afgewezen en wordt hij veroordeeld in de proceskosten van de Staat. Het vonnis is gewezen door mr. Poerink en op 16 maart 2011 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vordering van eiser tot schadevergoeding wegens onrechtmatige beslaglegging wordt afgewezen.