ECLI:NL:RBBRE:2011:BP7685
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot herintreding in woning na ontbinding huurovereenkomst wegens huurachterstand
De zaak betreft een kort geding waarin de ex-huurder vordert om, vooruitlopend op de uitkomst van een verzetprocedure tegen een verstekvonnis, weer als huurder in de woning te worden toegelaten. De huurovereenkomst was ontbonden wegens een huurachterstand van vijf maanden en de woning was feitelijk ontruimd.
De kantonrechter stelt vast dat de ontbinding van de huurovereenkomst terecht is uitgesproken en dat de ontruiming feitelijk heeft plaatsgevonden. De ex-huurder kan de tekortkoming uit het verleden niet ongedaan maken door betaling na ontbinding. De rechtsverhouding kan niet worden teruggebracht naar de situatie van vóór het verstekvonnis.
De woningstichting heeft de ontruiming aangekondigd en uitgevoerd, ondanks de betaling van de huurachterstand door de ex-huurder na het vonnis. De kantonrechter oordeelt dat er geen rechtsgrond bestaat om de woningstichting te bevelen een nieuwe huurovereenkomst te sluiten. De gewijzigde vordering wordt daarom afgewezen en de ex-huurder wordt veroordeeld in de proceskosten van de woningstichting.
Uitkomst: De vordering tot herintreding in de woning wordt afgewezen omdat de huurovereenkomst terecht is ontbonden en de ontruiming heeft plaatsgevonden.