ECLI:NL:RBBRE:2011:BP7009
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. Hund
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over FPU-pensioenuitkering van privatisering Rijksuniversiteit met toepassing Verdrag Nederland-Thailand
Belanghebbende, voormalig werknemer van de Rijksuniversiteit die sinds 2000 in Thailand woont, ontving een FPU-pensioenuitkering die deels betrekking heeft op werkzaamheden vóór de privatisering van de universiteit in 1992. De inspecteur legde belasting op over het volledige pensioenbedrag, stellende dat het heffingsrecht op grond van artikel 19 van Pro het Verdrag met Thailand aan Nederland toekomt.
Belanghebbende betwistte dit en stelde dat het heffingsrecht op grond van artikel 18 van Pro het Verdrag aan Thailand toekomt. De rechtbank oordeelde dat de universiteit ook na privatisering als publiekrechtelijke instelling kwalificeert en dat de pensioenuitkering mede betrekking heeft op overheidsdienstjaren van 1968 tot 1992. Hierdoor is het heffingsrecht over 24/34e deel van de uitkering aan Nederland toegewezen en over 10/34e deel aan Thailand.
De aanslag is verminderd tot een belastbaar inkomen van €18.160, zijnde het pensioen minus het deel waarover Thailand belasting mag heffen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar, en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten van €483 en het griffierecht van €41.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting is verminderd tot een belastbaar inkomen van €18.160, waarbij Nederland het heffingsrecht heeft over het deel van het pensioen dat betrekking heeft op overheidsdienstjaren.