ECLI:NL:RBBRE:2011:BP6673
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Poerink
- Rechtspraak.nl
Bewijslevering toestemming echtgenote voor borgtochtsovereenkomst vereist
ING Bank NV vordert betaling van een schuld uit hoofde van een borgtochtsovereenkomst die door gedaagden is gesloten voor een krediet aan hun vennootschap. Gedaagde 1 voert verweer dat zijn echtgenote geen toestemming heeft gegeven voor de borgtocht, terwijl dit volgens de wet vereist is. ING Bank NV betwist aanvankelijk de nietigheid, maar laat dit verweer vallen tijdens de comparitie.
De rechtbank stelt vast dat ING Bank NV bewijs moet leveren dat de echtgenote van gedaagde 1 daadwerkelijk toestemming heeft gegeven, omdat gedaagde 1 dit gemotiveerd ontkent. De borgtochtakte bevat een handtekening met de tekst “ten blijke mijne toestemming”, maar gedaagde 1 stelt dat zijn echtgenote deze niet heeft geplaatst.
De rechtbank oordeelt dat de kopie van de borgtochtakte niet zonder meer voldoende bewijs oplevert en dat ING Bank NV in de gelegenheid moet worden gesteld om bewijs te leveren, bijvoorbeeld door getuigenverhoor. Tot die tijd worden verdere beslissingen aangehouden. De rechtbank beveelt ook aan dat ING Bank NV het origineel van de akte ter griffie deponeert om de waarheidsvinding te bevorderen.
Uitkomst: De rechtbank houdt verdere beslissingen aan en staat ING Bank NV toe bewijs te leveren dat de echtgenote van gedaagde 1 toestemming gaf voor de borgtocht.