ECLI:NL:RBBRE:2011:BP2686
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Kooijman
- Volkers
- Peeters
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak voor onjuiste btw-aangifte, veroordeling voor valsheid in geschrift
De rechtbank Breda behandelde op 2 februari 2011 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het opzettelijk doen van onjuiste aangiftes omzetbelasting, het vervalsen van een brief van de Belastingdienst en het valselijk opmaken van facturen.
De rechtbank oordeelde dat verdachte niet strafbaar was voor het doen van onjuiste btw-aangiftes omdat de wettelijke aangifteplicht rustte op de vennootschap en niet op verdachte persoonlijk. Voor het vervalsen van een brief waarin de datum van een boekenonderzoek werd gewijzigd en voor het valselijk opmaken van meerdere facturen werd verdachte wel wettig en overtuigend schuldig bevonden.
De rechtbank motiveerde dat verdachte met deze handelingen de controlefunctie van de Belastingdienst had willen frustreren, wat ernstige gemeenschapsbelangen schaadt. Gezien eerdere veroordelingen van verdachte en de ernst van de feiten legde de rechtbank een gevangenisstraf van 3 maanden op.
Verdachte werd vrijgesproken van het eerste ten laste gelegde feit en veroordeeld voor de overige feiten. Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Breda onder voorzitterschap van Kooijman.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van onjuiste btw-aangiftes en veroordeeld tot 3 maanden gevangenisstraf voor valsheid in geschrift.