ECLI:NL:RBBRE:2011:BP0788
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging arbeidsovereenkomst wegens ontbindende voorwaarde en wederzijds goedvinden
De zaak betreft een loonvordering van een werknemer tegen STAR Engineering B.V. over de beëindiging van een arbeidsovereenkomst voor een project in Turkije. De werknemer trad in juli 2009 in dienst voor bepaalde tijd, met een ontbindende voorwaarde die het einde van de overeenkomst koppelde aan de voltooiing van zijn bijdrage aan het project.
De werkgever stelde dat de arbeidsovereenkomst per 25 februari 2010 was geëindigd omdat de opdrachtgever Vopak de werknemer niet langer op het project wilde. De werknemer erkende deze beëindiging in een mail onder voorwaarden, waaronder betaling van achterstallig loon en onkosten. STAR betaalde de eindafrekening medio maart 2010.
De werknemer vorderde loonbetaling tot 21 april 2010, maar de rechtbank oordeelde dat de ontbindende voorwaarde onverenigbaar was met het Nederlandse ontslagrecht en niet van rechtswege tot beëindiging leidde. Wel was er sprake van beëindiging door wederzijds goedvinden per 25 februari 2010, omdat de werknemer ondubbelzinnig instemde met de beëindiging onder de gestelde voorwaarden die zijn nagekomen.
Daarom werd de loonvordering afgewezen en werd de werknemer veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank bevestigde de Nederlandse rechterlijke bevoegdheid en het toepasselijke Nederlandse recht.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst is per 25 februari 2010 geëindigd door wederzijds goedvinden en de loonvordering wordt afgewezen.