Uitspraak
RECHTBANK BREDA
1.Beslissing
2.Gronden
3.Proceskosten
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Breda
Belanghebbende, handelend onder een handelsnaam, voerde een handelskwekerij en verzorgde zelf de aangiften omzetbelasting over 2005. Na een boekenonderzoek constateerde de inspecteur dat de administratie niet aansloot bij de aangiften, waarop een naheffingsaanslag werd opgelegd en een vergrijpboete van 25% vastgesteld.
Belanghebbende betwistte de aanslag en boete, maar kon geen facturen of andere bescheiden overleggen ter onderbouwing van de teruggaaf. De rechtbank oordeelde dat de bewijslast voor de rechtmatigheid van de teruggaaf op belanghebbende rustte en dat hij deze niet had voldaan.
De boete werd opgelegd wegens het aanvaarden van de reële kans dat te weinig belasting werd afgedragen door het doen van onjuiste aangiften. De rechtbank achtte de boete passend en verklaarde het beroep ongegrond. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag en vergrijpboete omzetbelasting 2005 is ongegrond verklaard.