Uitspraak
RECHTBANK BREDA
1.De procedure
- het tussenvonnis van 3 november 2010 met de daarin vermelde stukken,
- de akte vermeerdering van eis,
- de bij brieven van 12 en 26 januari 2011 van de zijde van [eiseres] in het geding gebrachte stukken/dvd,
- de bij brief van 24 januari 2011 van de zijde van de Rabobank in het geding gebrachte stukken,
- het proces-verbaal van comparitie van 27 januari 2011.
2.Het geschil
3.De beoordeling
- Op 16 juli 2004 zijn partijen een rekening-courantovereenkomst aangegaan, onder het [rekeningnummer 1].
- Op 26 september 2005 zijn partijen een overeenkomst aangegaan, zijnde een zogenaamde “Rabo Ondernemerspakket”, onder het [rekeningnummer 2].
- Op deze overeenkomst zijn van toepassing verklaard de Algemene voorwaarden voor electronische diensten 2002, de Bijzondere voorwaarden electronische diensten 2004 en de Algemene Voorwaarden bankpas van de Rabobank 2002. De Algemene voorwaarden voor electronische diensten 2002 en de Bijzondere voorwaarden electronische diensten 2004 zijn vervangen voor de Algemene voorwaarden voor electronische diensten 2009 (hierna: de algemene voorwaarden). Hierin is, voor zover hier van belang, onder meer het navolgende bepaald:
- [eiseres] heeft voor het regelen van haar bankzaken gebruik gemaakt van Rabobank Internetbankieren. Om hiervan gebruik te kunnen maken dient een klant de bij haar bankpas behorende pincode in te geven op een door de Rabobank verstrekte pasreader, waarna de klant op de pasreader een beveiligingscode, of te wel een inlogcode (hierna: I-code) ontvangt waarmee zij op de website van de Rabobank kan inloggen in een beveiligde omgeving. Voor het ingeven en autoriseren van betaalopdrachten dient de klant een signeercode (hierna: S-code) in te voeren.
- In mei 2010 heeft [eiseres] een nieuwe bankpas aangevraagd die zij per gewone post van de Rabobank toegezonden heeft gekregen.
- Op 8 juni 2010 was mevrouw [eiseres] tussen 15.20 en 15.30 uur aan het internetbankieren toen zij werd gebeld door een derde die zich heeft voorgedaan als een medewerkster van de Rabobank. Tijdens dat telefoongesprek heeft [eiseres] I- en S-codes aan die derde doorgegeven. Direct na voormeld telefoongesprek heeft mevrouw [eiseres] contact opgenomen met de Rabobank die haar berichtte dat een bedrag van in totaal € 58.000,-- was afgeschreven van de rekeningen van [eiseres] .
- Op 15 juni 2010 heeft [eiseres] bij de politie aangifte gedaan van oplichting en diefstal.
- De Rabobank heeft een deel van de ontvreemde gelden met hulp van de ABN Amro bank kunnen traceren en veiligstellen. De Rabobank heeft op 5 juli 2010 een bedrag van
1.158,00(2 punten × tarief EUR 579,00)