ECLI:NL:RBBRE:2011:1422

Rechtbank Breda

Datum uitspraak
23 maart 2011
Publicatiedatum
29 april 2013
Zaaknummer
223570 / HA ZA 10-1582
Instantie
Rechtbank Breda
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Louwerse
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:237 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens schending zorgplicht bank en uitsluiting aansprakelijkheid na pincodefraude

Een besloten vennootschap ([eiseres]) vordert van Rabobank een bedrag van €33.226,07 wegens onrechtmatige afschrijving na fraude waarbij een derde zich telefonisch voordeed als bankmedewerker en de klant haar inlog- en signeercodes verstrekte.

De rechtbank stelt vast dat de klant de beveiligingscodes aan een derde heeft gegeven, wat in strijd is met de zorgplicht zoals vastgelegd in de algemene voorwaarden van de bank. De Rabobank beroept zich op uitsluiting van aansprakelijkheid in deze voorwaarden, die de bank vrijwaren bij onbevoegd gebruik van codes tot het moment van melding.

De rechtbank oordeelt dat de uitsluiting niet onredelijk bezwarend is, omdat de veiligheid van internetbankieren volledig afhangt van geheimhouding door de klant. Het beroep op een mededeling van de Nederlandse Vereniging van Banken dat schade in principe wordt vergoed, faalt omdat dit geen onvoorwaardelijke toezegging is.

De Rabobank hoeft dus niet tot vergoeding over te gaan en de vordering wordt afgewezen. [eiseres] wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en bevestigt de uitsluiting van aansprakelijkheid van de Rabobank wegens verstrekking van codes aan derden.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK BREDA

Sector civiel recht
zaaknummer / rolnummer: 223570 / HA ZA 10-1582
Vonnis van 23 maart 2011
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[eiseres] BV,
gevestigd en kantoorhoudende te [plaats] ,
eiseres,
advocaat mr. N.J. Clement,
tegen
de coöperatie
COÖPERATIEVE RABOBANK HET MARKIEZAAT UA,
gevestigd en kantoorhoudende te Bergen op Zoom,
gedaagde,
advocaat mr. N.Th. ter Haar Romeny.
Partijen zullen hierna [eiseres] en de Rabobank genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het tussenvonnis van 3 november 2010 met de daarin vermelde stukken,
  • de akte vermeerdering van eis,
  • de bij brieven van 12 en 26 januari 2011 van de zijde van [eiseres] in het geding gebrachte stukken/dvd,
  • de bij brief van 24 januari 2011 van de zijde van de Rabobank in het geding gebrachte stukken,
  • het proces-verbaal van comparitie van 27 januari 2011.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Het geschil

2.1.
[eiseres] vordert na wijziging van eis samengevat - veroordeling van de Rabobank tot betaling van € 33.226,07 vermeerderd met rente en kosten, alsmede voor recht te verklaren dat artikel 13.1 sub g en h van de Algemene Voorwaarden Electronische Diensten 2009 als onredelijk bezwarend zijn aan te merken en voornoemde artikelleden te vernietigen.
2.2.
De Rabobank voert verweer.
2.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3.De beoordeling

3.1.
Op grond van de niet of onvoldoende weersproken stellingen en de overgelegde producties wordt uitgegaan van de navolgende feiten:
  • Op 16 juli 2004 zijn partijen een rekening-courantovereenkomst aangegaan, onder het [rekeningnummer 1].
  • Op 26 september 2005 zijn partijen een overeenkomst aangegaan, zijnde een zogenaamde “Rabo Ondernemerspakket”, onder het [rekeningnummer 2].
  • Op deze overeenkomst zijn van toepassing verklaard de Algemene voorwaarden voor electronische diensten 2002, de Bijzondere voorwaarden electronische diensten 2004 en de Algemene Voorwaarden bankpas van de Rabobank 2002. De Algemene voorwaarden voor electronische diensten 2002 en de Bijzondere voorwaarden electronische diensten 2004 zijn vervangen voor de Algemene voorwaarden voor electronische diensten 2009 (hierna: de algemene voorwaarden). Hierin is, voor zover hier van belang, onder meer het navolgende bepaald:
“(…)
5 Zorgplicht klant
5.1
De klant dient zorgvuldig om te gaan met een beveiligingscode en hulpmiddel en alle redelijke maatregelen te nemen om de veiligheid van (gepersonaliseerde) veiligheidskenmerken van een beveiligingscode en hulpmiddel te waarborgen.5.2 Als de klant met behulp van een beveiligingscode en/of hulpmiddel in een beveiligde omgeving komt, dient hij voortdurend te controleren of hij zich nog in deze beveiligde omgeving bevindt.
5.3
Een beveiligingscode is strikt persoonlijk en niet overdraagbaar. De klant is verplicht een beveiligingscode geheim te houden voor andere personen, daaronder mede begrepen familieleden, huisgenoten, mederekeninghouders en gevolmachtigden. De klant mag een beveiligingscode nergens (schriftelijk) vastleggen of op zodanige wijze bewaren dat andere personen daarvan kunnen kennisnemen. Indien de klant weet of vermoedt dat een beveiligingscode aan een andere persoon bekend is, is hij verplicht dit onverwijld aan de bank te melden bij een door de bank aangewezen meldpunt.
5.4
De klant mag een beveiligingscode nooit direct of indirect aan een (rechts)persoon kenbaar maken, anders dan aan de bank of een door de bank toegelaten derde.
(…)
13 Uitsluiting aansprakelijkheid van de bank
13.1
Onverminderd het bepaalde in de Algemene Bankvoorwaarden en de op de rekening van toepassing zijnde voorwaarden is de bank en/of een Rabobank niet aansprakelijk voor schade, van welke aard ook, als gevolg van:
g het onbevoegd gebruik van een beveiligingscode en/of hulpmiddel tot het moment dat de bank hiervan een melding heeft ontvangen zoals omschreven in artikel 5,
h het handelen dan wel nalaten van de klant in strijd met een bepaling van de mantelovereenkomst
en/of deze algemene voorwaarden en/of de voorwaarden die op een elektronische dienst en/of een functionaliteit van toepassing zijn (…)”.
  • [eiseres] heeft voor het regelen van haar bankzaken gebruik gemaakt van Rabobank Internetbankieren. Om hiervan gebruik te kunnen maken dient een klant de bij haar bankpas behorende pincode in te geven op een door de Rabobank verstrekte pasreader, waarna de klant op de pasreader een beveiligingscode, of te wel een inlogcode (hierna: I-code) ontvangt waarmee zij op de website van de Rabobank kan inloggen in een beveiligde omgeving. Voor het ingeven en autoriseren van betaalopdrachten dient de klant een signeercode (hierna: S-code) in te voeren.
  • In mei 2010 heeft [eiseres] een nieuwe bankpas aangevraagd die zij per gewone post van de Rabobank toegezonden heeft gekregen.
  • Op 8 juni 2010 was mevrouw [eiseres] tussen 15.20 en 15.30 uur aan het internetbankieren toen zij werd gebeld door een derde die zich heeft voorgedaan als een medewerkster van de Rabobank. Tijdens dat telefoongesprek heeft [eiseres] I- en S-codes aan die derde doorgegeven. Direct na voormeld telefoongesprek heeft mevrouw [eiseres] contact opgenomen met de Rabobank die haar berichtte dat een bedrag van in totaal € 58.000,-- was afgeschreven van de rekeningen van [eiseres] .
  • Op 15 juni 2010 heeft [eiseres] bij de politie aangifte gedaan van oplichting en diefstal.
  • De Rabobank heeft een deel van de ontvreemde gelden met hulp van de ABN Amro bank kunnen traceren en veiligstellen. De Rabobank heeft op 5 juli 2010 een bedrag van
3.2.
[eiseres] grondt haar vordering jegens de Rabobank op wanprestatie. [eiseres] stelt dat de Rabobank haar zorgplicht heeft geschonden doordat de Rabobank de door [eiseres] aangevraagde bankpas per gewone post aan [eiseres] heeft toegezonden en zij zonder enige registratie pasreaders aan derden heeft verstrekt, waardoor derden de bankpas hebben kunnen onderscheppen en hebben kunnen inloggen op bankiersysteem van de Rabobank. Ten tweede houdt het systeem van de Rabobank geen toezicht op ongewone transacties en herkent het geen transacties die vanaf een andere computer met een ander IP-adres zijn verricht en blokkeert deze niet, aldus [eiseres] . Verder voert zij aan dat de Rabobank niet tijdig de transacties van de ontvreemde gelden heeft teruggedraaid, dan wel veiliggesteld en dat zij [eiseres] niet tijdig heeft gewaarschuwd voor oplichtingpraktijken als bij [eiseres] zijn verricht, terwijl de Rabobank bekend was met de wijze waarop oplichters te werk gaan.
3.3.
De Rabobank betwist dat zij haar zorgplicht jegens [eiseres] heeft geschonden. Het meest verstrekkende verweer van De Rabobank ziet op de uitsluiting van haar aansprakelijkheid op grond van het bepaalde in artikel 13 onder Pro g en h van de algemene voorwaarden. De Rabobank verwijt [eiseres] dat zij onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht in de zin van voornoemde voorwaarden omdat zij unieke beveiligingscodes (inlog- en signeercodes) aan derden heeft verstrekt.
3.4.
Tussen partijen is niet in geschil dat de fraude in kwestie niet zou zijn gepleegd indien [eiseres] de beveiligingscodes - waaronder blijkens de algemene voorwaarden tevens de inlogcode en de signeercode moeten worden verstaan - geheim zou hebben gehouden en niet telefonisch aan een derde zou hebben verstrekt. Volgens artikel 5 van Pro de algemene voorwaarden dient een klant zorgvuldig om te gaan met een beveiligingscode en is zij verplicht geheimhouding ten opzichte van een ieder, daaronder mede begrepen familieleden, huisgenoten, mederekeninghouders en gevolmachtigden te betrachten. De stelling van [eiseres] dat onder de kring van de in voormeld artikel genoemde personen niet een bankmedewerker dient te worden begrepen, nu deze niet is genoemd, wordt gepasseerd. Tussen partijen staat immers vast dat [eiseres] beveiligingscodes heeft verstrekt aan een derde, niet zijnde een medewerker van de bank. Niet naleving van het in voormeld artikellid bepaalde leidt overeenkomstig het bepaalde in artikel 13 lid 1 sub g en Pro h van de algemene voorwaarden tot uitsluiting van aansprakelijkheid van de Rabobank voor schade van welke aard dan ook. In beginsel is de Rabobank dan ook niet aansprakelijk voor de door [eiseres] geleden schade, ook al zou vastgesteld worden dat de bank niet aan haar zorgplicht heeft voldaan.
3.5.
[eiseres] stelt dat uitsluiting van de aansprakelijkheid voor een kleine onderneming als [eiseres] onredelijk bezwarend is in de zin van artikel 6:237 BW Pro, naar de rechtbank begrijpt artikel 6:237 aanhef Pro sub f BW. Voor zover voormelde bepalingen niet onredelijk bezwarend zijn, is een beroep daarop volgens [eiseres] in strijd met de redelijkheid en billijkheid.
3.6.
Naar het oordeel van de rechtbank faalt het beroep van [eiseres] op het onredelijk bezwarend karakter van voormeld exenoratiebeding, ook indien ervan moet worden uitgegaan dat deze exoneratie jegens [eiseres] vermoed wordt onredelijk bezwarend te zijn. De veiligheid van het internetbetalingssysteem – in de zin dat derden geen toegang hebben tot de rekening van een klant – en daarmee het functioneren ervan is volledig afhankelijk van geheimhouding van beveiligingscodes door de klant van de bank. De bank heeft daar geen invloed op en is daarin volledig afhankelijk van de klant. Nu vaststaat dat [eiseres] de overeengekomen verplichting tot geheimhouding heeft geschonden, is het niet onredelijk dat de Rabobank schade als gevolg daarvan uitsluit. De stelling van [eiseres] dat het beroep van de Rabobank op voormelde bepaling in strijd is met de redelijkheid en billijkheid wordt gepasseerd nu zij haar stelling op geen enkele wijze nader heeft toegelicht.
3.7.
Het beroep van [eiseres] op de mededeling van de Nederlandse Vereniging van banken (hierna: NVB) zoals gedaan in een televisieprogramma, waarbij door de NVB is medegedeeld dat het beleid is dat schade wordt vergoed, ook als de beveiligingscodes door de klant aan derden is medegedeeld, kan niet slagen. Immers, voor zover de mededeling van de NVB aan de Rabobank moet worden toegerekend, althans voor zover moet worden aangenomen dat de Rabobank aan deze mededeling is gebonden - hetgeen door laatstgenoemde expliciet is betwist - is de rechtbank van oordeel dat [eiseres] op grond van deze mededeling er niet zonder meer op heeft mogen vertrouwen dat haar schade zou worden vergoed. Immers, de NVB heeft medegedeeld dat “in principe” dergelijke schade wordt vergoed, hetgeen naar het oordeel van de rechtbank gezien moet worden als een algemene en niet onvoorwaardelijke toezegging, zodat [eiseres] daaraan in dit geval geen rechten kan ontlenen.
3.8.
De slotsom uit het vorenstaande luidt dat de Rabobank zich met succes kan beroepen op haar exoneratieclausule. Dit brengt mee dat in het midden kan blijven of de Rabobank tekort is geschoten in haar zorgplicht zoals [eiseres] stelt en de Rabobank betwist. Gelet daarop zullen de vorderingen van [eiseres] worden afgewezen.
3.9.
[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de Rabobank worden begroot op:
- vast recht 815,00
- salaris advocaat
1.158,00(2 punten × tarief EUR 579,00)
Totaal EUR 1.973,00

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
wijst de vorderingen af;
4.2.
veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van de Rabobank tot op heden begroot op € 1.973,--;
4.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Louwerse en in het openbaar uitgesproken op 23 maart 2011.