ECLI:NL:RBBRE:2010:BV3595
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslag en boete wegens niet aannemelijk gemaakte omzetcorrectie aspergeteelt
Belanghebbende, een tuin- en landbouwbedrijf in maatschapsverband, teelt asperges in Duitsland en werd geconfronteerd met een navorderingsaanslag over 2002, een vergrijpboete en heffingsrente opgelegd door de inspecteur. De inspecteur stelde dat omzet uit de aspergeteelt niet volledig in de administratie was verwerkt, mede gebaseerd op Duitse gegevens van een marktkoopman die asperges zou hebben ingekocht.
De rechtbank onderzocht de verschillen tussen de opbrengst volgens de administratie en de KWIN-norm, waarbij werd vastgesteld dat de KWIN-norm niet passend was vanwege lagere plantdichtheid, verschillen in grondkwaliteit en schade door wild. De inspecteur kon zijn stelling dat de opbrengst per plant hoger zou zijn niet onderbouwen. Ook ontbraken facturen of andere bewijzen van de vermeende omzet bij de marktkoopman.
De rechtbank concludeerde dat de administratie van belanghebbende betrouwbaar is en dat de inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat er omzet buiten de administratie is gehouden. Hierdoor was de navorderingsaanslag onterecht, evenals de opgelegde boete en heffingsrente. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de aanslagen en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De navorderingsaanslag, boetebeschikking en heffingsrente worden vernietigd omdat de inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat omzet buiten de administratie is gehouden.