ECLI:NL:RBBRE:2010:BP0910
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.W. Otto
- C.A.F.M. Stassen
- M.M. de Werd
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over overbruggingsuitkering bij beëindiging aansluitingsovereenkomst
De directeur-grootaandeelhouder (dga) van belanghebbende heeft via een werkmaatschappij jarenlang werkzaamheden verricht voor een accountantskantoor. Op 19 november 2007 sloten partijen een beëindigingsovereenkomst, waarin is vastgelegd dat een overbruggingsuitkering van €270.000 met valutadatum 31 mei 2008 aan belanghebbende zou worden uitgekeerd.
De kern van het geschil betrof de vraag in welk boekjaar deze overbruggingsuitkering moest worden belast: het boekjaar eindigend op 31 mei 2008 of het daaropvolgende verkorte boekjaar. De rechtbank stelde vast dat op 31 mei 2008 een onvoorwaardelijk recht op de uitkering bestond en dat de beëindigingsovereenkomst het einde van de relatie tussen partijen markeerde.
De rechtbank oordeelde dat goed koopmansgebruik vereist dat de bate in het boekjaar 2007/2008 wordt genomen. De latere betaling in juni 2008 en het karakter van de uitkering als compensatie voor toekomstige winstderving rechtvaardigen niet het uitstellen van de opbrengst naar het volgende boekjaar.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep van belanghebbende ongegrond en bevestigde de belastingaanslag waarin de overbruggingsuitkering in het boekjaar 2007/2008 werd belast.
Uitkomst: De overbruggingsuitkering van €270.000 wordt belast in het boekjaar 2007/2008.