ECLI:NL:RBBRE:2010:BO9256
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Hermans
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering tot terugbetaling onverschuldigde betaling na faillissement
Eiser, voormalig directeur/aandeelhouder van Campinax B.V., vordert van Vistra betaling van een bedrag van €148.839,91 vermeerderd met wettelijke rente, gebaseerd op onverschuldigde betaling en later gewijzigd naar een vordering op grond van artikel 42 Faillissementswet Pro (actio pauliana). Campinax had in december 2000 een bedrag overgemaakt aan Vistra, waarvan eiser stelt dat dit onverschuldigd was en terugbetaald moet worden.
De curator van Campinax stelde Van Rijn aansprakelijk voor de onverschuldigde betaling en vernietigde de rechtshandeling ex artikel 42 Faillissementswet Pro. De curator droeg de vordering tot terugbetaling over aan eiser via cessie, welke eiser vervolgens tegenover Vistra inroept. Vistra betwist de vordering en voert aan dat de curator de rechtshandeling niet rechtsgeldig heeft vernietigd en dat de vordering niet aan eiser kan zijn overgedragen.
De rechtbank oordeelt dat de vordering ex artikel 51 lid 1 Faillissementswet Pro, die voortvloeit uit de vernietiging van een rechtshandeling, exclusief aan de curator toekomt en niet overdraagbaar is aan derden. Hierdoor is eiser niet-ontvankelijk in zijn vordering tegen Vistra. De overige verweren behoeven geen bespreking. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Eiser is niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot terugbetaling van onverschuldigde betaling aan Vistra.