ECLI:NL:RBBRE:2010:BO9088
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslag en boete inkomstenbelasting 2002 met matiging boete wegens gezondheid
Belanghebbende, voormalig ondernemer in de installatiebranche, kreeg een navorderingsaanslag inkomstenbelasting opgelegd over 2002 wegens niet opgegeven inkomsten uit werkzaamheden voor een hotel. De inspecteur baseerde zich op een boekenonderzoek waaruit bleek dat belanghebbende materialen op eigen naam inkocht en doorverkocht aan het hotel, met een aanzienlijk voordeel als resultaat. Belanghebbende voerde aan dat het slechts een vriendendienst betrof, maar dit werd door de rechtbank niet aannemelijk geacht.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende administratieplichtig was en dat de omkering van de bewijslast terecht was toegepast omdat geen administratie was bijgehouden. De inspecteur had een redelijke schatting gemaakt van het voordeel. De vergrijpboete van 50% werd terecht opgelegd omdat belanghebbende bewust de kans aanvaardde op een onjuiste aangifte.
Vanwege de slechte gezondheid van belanghebbende matigde de rechtbank de boete tot een derde, € 2.411. De heffingsrente werd bevestigd. De rechtbank veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het beroep werd gegrond verklaard voor de boete en ongegrond voor de aanslag en heffingsrente.
Uitkomst: Navorderingsaanslag en heffingsrente gehandhaafd, boete gematigd tot € 2.411 wegens slechte gezondheid belanghebbende.