ECLI:NL:RBBRE:2010:BO1782
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag omzetbelasting wegens gemengd gebruik onroerende zaak
Belanghebbende, een samenwerkingsverband tussen echtgenoten, liet een onroerende zaak bouwen die deels zakelijk wordt verhuurd en deels als woonruimte privé wordt gebruikt. Voor het belastingjaar 2006 verzocht zij om teruggaaf van voorbelasting over de bouwkosten. De inspecteur verleende deze teruggaaf, maar stelde later een naheffingsaanslag op wegens vermeende onterechte teruggaaf.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur op grond van artikel 20 AWR Pro bevoegd is om de naheffing op te leggen, omdat het verzoek om teruggaaf tijdig en rechtsgeldig is gedaan. Wel moet de naheffingsaanslag worden verminderd omdat de onroerende zaak zowel voor economische als niet-economische doeleinden wordt gebruikt. De rechtbank baseert zich op jurisprudentie van het Hof van Justitie EU en de Hoge Raad, die bepalen dat voorbelasting slechts aftrekbaar is voor het deel dat betrekking heeft op economische activiteiten.
Op basis van een uittrekstaat over de vloeroppervlakte stelt de rechtbank vast dat 13% van de onroerende zaak niet-economisch wordt gebruikt, waardoor de naheffingsaanslag met € 776 wordt verminderd. Het beroep wordt gegrond verklaard en de inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting wordt verminderd met € 776 wegens gemengd gebruik van de onroerende zaak.