ECLI:NL:RBBRE:2010:BO0974
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rekening en verantwoording na wijziging curatele en beoordeling slecht bewind curatoren
Betrokkene was sinds 1972 onder curatele gesteld met benoeming van twee curatoren. In 2009 werden deze curatoren ontslagen en vervangen door nieuwe curatoren, die vervolgens rekening en verantwoording verlangden over het gevoerde beheer. Een geschil ontstond over de verkoop van een perceel grond in Canada, dat in 1987 eigendomsoverdracht kende, terwijl de oud curatoren geen melding maakten van dit onroerend goed in hun rapportages.
De nieuwe curatoren stelden de oud curatoren aansprakelijk voor schade vanwege een vermeende onrechtmatige verkoop onder de marktwaarde. De oud curatoren ontkenden betrokkenheid bij de overdracht en stelden geen schadeplicht te hebben. De kantonrechter onderzocht of er sprake was van slecht bewind volgens artikel 1:362 BW Pro in verbinding met artikel 1:386 BW Pro.
Hoewel de oud curatoren de schijn tegen hadden betrokken te zijn bij de overdracht, kon niet worden vastgesteld dat zij slecht bewind hadden gevoerd. Moeizame familieverhoudingen en het ontbreken van volledige medewerking aan de nieuwe curatoren waren onvoldoende voor aansprakelijkheid. De kantonrechter bepaalde een mondelinge behandeling om de oud curatoren te horen, maar hield verdere beslissing aan. Uiteindelijk concludeerde de rechter dat er geen sprake was van slecht bewind en dus geen grond voor schadevergoeding.
De curatele eindigde door het overlijden van betrokkene in 2010, waarna het geschil over de eindrekening en aansprakelijkheid centraal stond. De procedure benadrukte de plicht van curatoren tot correcte verantwoording en het belang van transparantie in langdurige curatele.
Uitkomst: Er is geen sprake van slecht bewind door oud curatoren en geen aansprakelijkheid voor schade vastgesteld.