ECLI:NL:RBBRE:2010:BO0150
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.M. de Werd
- M.L. Weerkamp
- R.W. Otto
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen aanslag vennootschapsbelasting en vervangingsreserve 1999
Belanghebbende stelde beroep in tegen de aanslag vennootschapsbelasting over 1999 en de uitspraak op bezwaar, stellende dat de inspecteur algemene beginselen van behoorlijk bestuur had geschonden en dat de vervangingsreserve gehandhaafd had moeten blijven.
De rechtbank overwoog dat de inspecteur zorgvuldig had gehandeld, geen schending van zorgvuldigheidsbeginsel of motiveringsplicht had plaatsgevonden, en dat de stelling van discriminatie en hetze niet aannemelijk was gemaakt. Ook werd geoordeeld dat de cautie niet verplicht was gesteld omdat geen boetebeschikking was opgelegd.
Ten aanzien van de vervangingsreserve oordeelde de rechtbank dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de reserve niet vrij moest vallen per ultimo 1999. De koopakte was valselijk opgemaakt en gedateerd, en andere bewijsstukken ontbraken of waren onvoldoende. De rechtbank verwierp het beroep en verklaarde het ongegrond.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige belastingkamer van de rechtbank Breda op 6 oktober 2010. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag vennootschapsbelasting 1999 wordt ongegrond verklaard.