ECLI:NL:RBBRE:2010:BN9801
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Waarde in het economische verkeer van perceel met bouwvergunning voor bedrijfswoning
Belanghebbende en zijn ouders exploiteren een melkveehouderij en wonen elk in een eigen bedrijfswoning op hetzelfde perceel. Het bestemmingsplan staat maximaal twee bedrijfswoningen toe. Belanghebbende kocht in 2005 een perceel waarop hij een nieuwe bedrijfswoning wilde bouwen, waarvoor een bouwvergunning werd verleend. Na oplevering woonde hij daar, en kreeg de oude woning een recreatieve bestemming.
De kern van het geschil betrof de waarde in het economische verkeer (WEV) van het perceel op het moment van aankoop. Belanghebbende stelde dat de waarde € 25.000 bedroeg, terwijl de inspecteur een waarde van € 72.000 hanteerde, gebaseerd op de mogelijkheid tot bouw van een bedrijfswoning. De rechtbank volgde de jurisprudentie van de Hoge Raad en het gerechtshof, dat de waarde moet worden vastgesteld op wat ook derden zouden betalen indien zij een bedrijfswoning mochten bouwen.
De rechtbank verwierp het verweer van belanghebbende dat alleen hij het perceel zou mogen gebruiken en dat waardeverlies op de oude woning in aanmerking moest worden genomen. De waarde werd vastgesteld op € 72.000, en het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting wordt ongegrond verklaard en de waarde van het perceel vastgesteld op € 72.000.