ECLI:NL:RBBRE:2010:BN9632
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging verzuimboete omzetbelasting wegens afwezigheid van alle schuld
Belanghebbende, een besloten vennootschap, kreeg een verzuimboete opgelegd door de inspecteur naar aanleiding van een suppletieaangifte omzetbelasting over 2008. De boete werd opgelegd omdat een bedrag van €21.875 aan omzetbelasting was aangegeven, waarvan €17.482 betrekking had op studio’s die pas in 2009 door de directeur-grootaandeelhouder (dga) werden betrokken.
De dga had in 2006 met de inspecteur een vaststellingsovereenkomst gesloten over de fiscale behandeling van een penthouse, dat later werd vervangen door twee studio’s. Belanghebbende stelde dat zij niet op de hoogte kon zijn van de verschuldigdheid van omzetbelasting voor deze studio’s in 2008, waardoor zij geen verwijt kan worden gemaakt (avas). De rechtbank acht deze stelling aannemelijk en constateert dat de inspecteur dit onvoldoende heeft weersproken.
Op grond van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst 1998 en de Algemene wet inzake rijksbelastingen oordeelt de rechtbank dat geen boete kan worden opgelegd voor het bedrag dat betrekking heeft op de studio’s. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de boetebeschikking en veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van €1.092 en het griffierecht van €298.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de verzuimboete omdat belanghebbende aannemelijk heeft gemaakt dat zij geen verwijt treft wegens afwezigheid van alle schuld.