ECLI:NL:RBBRE:2010:BN9426
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkstelling voor naheffingsaanslag loonbelasting na inlening personeel
Belanghebbende, opgericht in maart 2001, werd aansprakelijk gesteld voor een deel van de naheffingsaanslag loonbelasting die was opgelegd aan de uitlener [onderneming A], die personeel had ingeleend en doorgeleend zonder loonbelasting af te dragen over bepaalde voordelen. De ontvanger stelde belanghebbende aansprakelijk voor de periode 1 januari 2001 tot 1 juni 2001.
De rechtbank oordeelde dat de naheffingsaanslag tijdig en correct aan [onderneming A] was uitgereikt en dat belanghebbende aannemelijk personeel had ingeleend van de uitlener, ook in de periode vóór haar oprichting via een andere vennootschap. De rechtbank verwierp het verweer dat de aansprakelijkstelling niet deugdelijk was gemotiveerd en dat de volgorde van aansprakelijkstelling onjuist was.
De rechtbank concludeerde dat de ontvanger terecht een redelijke verdeling van de naheffingsaanslag had toegepast vanwege het ontbreken van specifieke loonadministratie en dat de aansprakelijkstelling jegens belanghebbende terecht was, waarna het beroep ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aansprakelijkstelling voor een deel van de naheffingsaanslag loonbelasting wordt ongegrond verklaard.