ECLI:NL:RBBRE:2010:BN2159
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Loonvordering en aansprakelijkheid werknemer voor schade wegens bewuste roekeloosheid
De ex-werknemer, werkzaam als touringcarchauffeur bij Brabant Expres, vorderde betaling van zijn opgebouwde vakantiedagen en vakantietoeslag. Brabant Expres stelde zich op het standpunt dat deze vorderingen verrekend mochten worden met schade die de werknemer zou hebben veroorzaakt, onder meer door het ontbreken van maaltijdbonnen, het organiseren van een ongeoorloofde excursie en het onbeheerd achterlaten van geld in een bus, wat leidde tot diefstal.
De rechtbank oordeelde dat de loonvordering niet verjaard of door rechtsverwerking verloren was gegaan. Er was geen geldige verrekeningsafspraak tussen partijen vastgesteld, maar de werkgever mocht de vordering verrekenen met schade die voortvloeit uit wanprestatie of onrechtmatige daad van de werknemer, mits binnen wettelijke grenzen.
De schade werd vastgesteld op € 2.255,--, waarvan € 2.112,-- verband hield met de diefstal veroorzaakt door bewuste roekeloosheid van de werknemer. De rechtbank concludeerde dat de werknemer aansprakelijk was voor deze schade wegens het bewust achterlaten van geld in een niet afgesloten bus. De vordering van de werknemer werd afgewezen omdat de schade groter was dan het tegoed aan vakantiegeld. De schadevergoeding werd toegewezen, waarbij partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.
Uitkomst: De loonvordering van de werknemer wordt afgewezen wegens verrekening met schade door bewuste roekeloosheid; werknemer is aansprakelijk voor de door werkgever geleden schade.