ECLI:NL:RBBRE:2010:BN2128
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Hulskes
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling dwangakkoord wegens niet-bevoegdheid SVB
De rechtbank Breda behandelde het verzoek van een schuldenaar die een schuldregeling aanbood aan haar schuldeisers, waaronder de Sociale Verzekeringsbank (SVB). De SVB weigerde in te stemmen met de regeling omdat zij op grond van de Remigratiewet verplicht is tot terugvordering van teveel betaalde sociale zekerheidsuitkeringen en niet bevoegd is om af te wijken van deze terugvorderingsplicht.
De schuldenaar bood een regeling aan waarbij zij gedurende drie jaar een deel van haar inkomen zou reserveren voor uitkering aan schuldeisers, met een verwachte uitkering van 3,8%. De SVB was de enige schuldeiser die niet instemde, met het argument dat zij wettelijk verplicht is tot terugvordering en niet bevoegd is om schuldregelingen te accepteren in gevallen van niet-nakoming van de inlichtingenplicht.
De rechtbank oordeelde dat de SVB terecht haar weigering baseerde op dwingendrechtelijke bepalingen in de Remigratiewet en het Uitvoeringsbesluit Remigratiewet. Hoewel de wetgever in 2008 bepaalde bevoegdheden aan SVB gaf om in sommige gevallen mee te werken aan schuldregelingen, geldt dit niet voor vorderingen op grond van niet-nakoming van de inlichtingenplicht. Daarom kon niet worden geoordeeld dat SVB in redelijkheid niet tot weigering had kunnen komen.
Het verzoek tot vaststelling van het dwangakkoord werd afgewezen. Het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling werd aangehouden en gepland voor een zitting op 16 augustus 2010.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van een dwangakkoord wordt afgewezen omdat SVB niet bevoegd is in te stemmen met de schuldregeling.