ECLI:NL:RBBRE:2010:BN1761
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering verkorting loonsanctie na bedrijfsongeval en re-integratieverplichtingen
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om de loonsanctie niet te verkorten, na een bedrijfsongeval waarbij werknemer arbeidsongeschikt raakte. De rechtbank beoordeelde de re-integratie-inspanningen van eiseres en concludeerde dat deze onvoldoende waren, mede omdat een tweede-spoortraject slechts zes maanden duurde en niet adequaat was.
De rechtbank stelde vast dat eiseres niet eerder dan bij het verzoek om verkorting van de loonsanctie kennis had genomen van de arbeidsdeskundige rapportage waarin tekortkomingen werden beschreven. Dit maakte het primaire besluit ondeugdelijk gemotiveerd voor zover het op die rapportage was gebaseerd. Desondanks concludeerde de rechtbank dat eiseres haar tekortkomingen niet had hersteld en dat het verzoek om verkorting mede gebaseerd was op een verkeerd beeld van de medewerking van werknemer.
De rechtbank wees het beroep af en oordeelde dat er geen aanleiding was voor schadevergoeding. Wel werd UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, omdat zij pas kort voor de zitting volledig inzicht kreeg in de stukken en het besluit. Het griffierecht werd eveneens aan eiseres vergoed.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het besluit van UWV tot weigering van verkorting van de loonsanctie wordt ongegrond verklaard.