ECLI:NL:RBBRE:2010:BM7347

Rechtbank Breda

Datum uitspraak
27 april 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
595100 ov 10-1463
Instantie
Rechtbank Breda
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:209 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing van de vereffening van nalatenschap wegens geringe baten

De kantonrechter van de rechtbank Breda heeft op 27 april 2010 een beschikking gegeven op een verzoek tot opheffing van de vereffening van de nalatenschap van Wilhelmina Maria Hubertina Johanna Torenbos, die op 21 september 2009 is overleden. Verzoekster, als gevolmachtigde van de erfgenamen en vereffenaars, verzocht op grond van artikel 4:209 BW Pro om opheffing van de vereffening vanwege de geringe waarde van de baten van de nalatenschap.

Uit de ingediende stukken bleek dat de baten van de nalatenschap zodanig gering waren dat, gelet op de schulden, opheffing van de vereffening gerechtvaardigd was. De kantonrechter stelde de reeds gemaakte vereffeningkosten vast op € 1.784,88 en bracht deze ten laste van de boedel.

De wet schrijft publicatie van de opheffing voor, maar vanwege de geringe baten en de hoge kosten van publicatie in de Staatscourant en nieuwsbladen, werd besloten deze publicatie niet voor te schrijven. In plaats daarvan werd bekendmaking via rechtspraak.nl als een even goede, zo niet betere, wijze van informeren van belanghebbenden beschouwd. Hierdoor worden onnodige kosten vermeden en wordt tegemoetgekomen aan de moderne communicatiemogelijkheden.

De kantonrechter wees af wat meer of anders was verzocht en maakte bekend dat tegen deze beschikking binnen drie maanden hoger beroep kan worden ingesteld door verzoeker en belanghebbenden. De griffier zal zorgdragen voor inschrijving van de opheffing in het boedelregister.

Uitkomst: De vereffening van de nalatenschap wordt opgeheven vanwege geringe baten en publicatie via internet wordt toegestaan in plaats van kostbare publicatie in kranten.

Uitspraak

RECHTBANK BREDA
Sector kanton
Locatie Bergen op Zoom
zaak/rolnr.: 595100 OV VERZ 10-1463
beschikking d.d. 27 april 2010 op een verzoek tot opheffing ex artikel 4:209 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW)
ingediend door:
Maria Anna Christiana Julia Heesbeen-Swanenberg, werkzaam ten kantore van Notariskantoor Fikkers en Zoon, met als plaats van vestiging de gemeente Bergen op Zoom,
in haar hoedanigheid van gevolmachtigde van de erfgenamen in de nalatenschap van:
Wilhelmina Maria Hubertina Johanna Torenbos,
laatstelijk gewoond hebbende te 4621 AT Bergen op Zoom, Vijverberg Zuid 32,
overleden te Bergen op Zoom op 21 september 2009,
nader te noemen ´erflaatster´.
1. Het verloop van het geding
De procesgang blijkt uit de volgende stukken:
a. het op 15 maart 2010 ter griffie ontvangen verzoekschrift, met bijlagen;
b. de op 21 april 2010 ter griffie ontvangen specificatie van de notariskosten.
2. Het verzoek
2.1 Verzoekster, in haar hoedanigheid van gevolmachtigde van de erfgenamen, tevens vereffenaars van de beneficiair aanvaarde nalatenschap van erflaatster, verzoekt op grond van het bepaalde in artikel 4:209 BW Pro opheffing van de vereffening te bevelen, vanwege de geringe waarde van de baten van de nalatenschap.
2.2 Ter onderbouwing van het verzoek is een vermogensbeschrijving overgelegd.
2.3 Gevolmachtigde heeft afgezien van verhoor door de kantonrechter.
3. De beoordeling
3.1 De kantonrechter is van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat de waarde van
de baten van de nalatenschap zodanig gering is, dat er -gelet op de waarde van de schulden-
aanleiding is om de opheffing van de vereffening te bevelen.
3.2 De wet bepaalt dat deze opheffing dient te worden gepubliceerd. Nu er vrijwel geen baten zijn, wordt geoordeeld dat het in niemands belang is om daarvoor nog kosten te maken. Omdat de nalatenschap beneficiair aanvaard is zouden de kosten van publicatie voor rekening van het budget voor de rechtspraak komen, dus voor rekening van de Staat. Nu geen publicatie heeft plaatsgevonden van het vereffenaarschap en er ook verder geen dwingende noodzaak bestaat voor de -kostbare- wettelijk voorgeschreven wijze van bekendmaking (publicatie in de Staatscourant en advertentie in twee nieuwsbladen), zal deze niet worden voorgeschreven. De belanghebbenden kunnen immers ook op een andere wijze, namelijk via internet, worden geïnformeerd, hetgeen iedere belanghebbende een even goede, wellicht betere, mogelijkheid geeft om de financiële situatie van de nalatenschap te kunnen inzien. Dit brengt ook geen nieuwe kosten met zich mee. De bekendmaking van de beschikking zal plaatsvinden op rechtspraak.nl/uitspraken. Deze wijze van bekendmaking komt in de huidige tijd met internet beter tegemoet aan de bedoeling van de wetgever, dan met de publicatiemiddelen uit de tijd waarin het huidige erfrecht werd ontworpen, toen de toegang tot internet nog niet algemeen was. Verzoeker zal daarom worden ontheven van de wettelijke publicatieplicht.
3.3 In het verlengde van hetgeen hiervoor is overwogen zullen geen griffierechten berekend worden.
3.4 De kantonrechter zal de vereffeningkosten, conform de opgave van verzoeker, vaststellen op € 1.784,88.
3.5 De griffier zal zorg dragen voor inschrijving van de opheffing van de vereffening in het boedelregister.
4. De beslissing
De kantonrechter:
- beveelt de opheffing van de vereffening van de nalatenschap van erflater;
- stelt de reeds gemaakte vereffeningkosten vast op € 1.784,88 en brengt deze kosten ten laste van de boedel;
- verstaat dat deze beschikking bekend gemaakt zal worden door plaatsing op rechtspraak.nl/uitspraken;
- wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.
Deze beschikking is gegeven door mr. B.J.G.M. Ides Peeters, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 27 april 2010, in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.
Het beroepschrift moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend bij het gerechtshof te 's Hertogenbosch.