ECLI:NL:RBBRE:2010:BM5151
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening
- Leijten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot schorsing invordering dwangsommen wegens illegale prostitutie
De zaak betreft een kort geding waarin eiseres verzocht om de gemeente te verbieden verdere invordering van dwangsommen wegens illegale exploitatie van een prostitutiebedrijf voort te zetten. De burgemeester had op 18 maart 2002 een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van de APV. Eiseres had bezwaar gemaakt, maar dit was ongegrond verklaard en ook in hoger beroep bleef het besluit in stand.
De gemeente had dwangbevelen uitgevaardigd tot invordering van in totaal €70.000,- aan dwangsommen. Eiseres stelde dat het dwangsombesluit nietig was en dat de dwangsommen waren verjaard. De rechtbank oordeelde dat het dwangsombesluit formele rechtskracht heeft gekregen omdat het is getoetst door de bestuursrechter en dat eiseres zich eerder had kunnen beroepen op verjaring in de verzetprocedure tegen de dwangbevelen.
De rechtbank stelde dat de verjaringstermijn pas begint te lopen vanaf de mededeling van de burgemeester dat een dwangsom is verbeurd. Omdat de eerste mededeling op 29 april 2004 was, was er geen sprake van verjaring. De vorderingen van eiseres werden daarom afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af en bevestigt de rechtmatigheid van de invordering van de dwangsommen.