ECLI:NL:RBBRE:2010:BM1905
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Correcte waardering incourante voorraad en toepassing kwijtscheldingswinstvrijstelling vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een groothandel in elektrotechnische materialen, had een voorziening voor incourante voorraden opgenomen die zij baseerde op een door de fiscus in 1986 goedgekeurde waarderingsmethode. De rechtbank oordeelde dat het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat niet aannemelijk was gemaakt dat de feitelijke situatie toen gelijk was aan die van 2005. De rechtbank stelde het afwaarderingspercentage voor het eerste jaar op 5% vast en volgde voor de volgende jaren de door de inspecteur voorgestelde percentages.
Daarnaast was in geschil of de kwijtscheldingswinstvrijstelling van toepassing was op omzetbelastingschulden die door verjaring waren vrijgevallen. De rechtbank oordeelde dat door de verjaring en het uitblijven van een positieve reactie op het verzoek van de fiscus om buiten de termijn een naheffingsaanslag op te leggen, de fiscus haar rechten feitelijk had verloren. Dit kon niet worden aangemerkt als prijsgeven van rechten in de zin van de wet, zodat de vrijstelling niet van toepassing was.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar, en stelde de aanslag vennootschapsbelasting over 2005 vast op een belastbaar bedrag van €132.059. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende. De rechtbank wees het beroep op een hogere kostenvergoeding af omdat geen bijzondere omstandigheden waren vastgesteld die afweken van de forfaitaire regeling.
De uitspraak werd gedaan door rechter M.M. de Werd en griffier M.C.G. Spierings - van Kessel op 2 april 2010 te 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: De aanslag vennootschapsbelasting over 2005 is verminderd tot een belastbaar bedrag van €132.059 en het beroep van belanghebbende is gegrond verklaard.