ECLI:NL:RBBRE:2010:BM1852
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.W. Otto
- C.A.F.M. Stassen
- M.M. de Werd
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslag vennootschapsbelasting wegens niet-zakelijke licentiekosten afgewezen
Belanghebbende, een producent en handelaar in reinigingsmiddelen, betaalde jaarlijks licentiekosten aan een Liechtensteinse vennootschap op basis van licentieovereenkomsten voor recepturen en knowhow. De inspecteur betwistte de zakelijkheid van deze betalingen en legde navorderingsaanslagen op.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende de zakelijkheid van de licentiekosten niet aannemelijk had gemaakt. Er was geen bewijs dat de licentiegever enige kennis of immaterieel actief bezat, noch dat er daadwerkelijke prestaties werden geleverd. De overeenkomst werd gezien als een dekmantel voor onzakelijke betalingen.
Verder stelde de rechtbank vast dat belanghebbende opzettelijk onjuist had gehandeld door deze kosten af te trekken, wat kwade trouw opleverde en de navordering rechtvaardigde. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag bevestigd.
Uitkomst: De navorderingsaanslag vennootschapsbelasting is bevestigd omdat de licentiekosten niet zakelijk zijn.