ECLI:NL:RBBRE:2010:BM1660
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Bakx
- Ebben
- Van Breugel
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en deels voorwaardelijke gevangenisstraf voor poging tot afdreiging Minister-President
Op 25 juni 2009 stuurde verdachte een e-mail aan de Minister-President waarin zij dreigde aangifte te doen van seksuele intimidatie, tenzij zij betaald werd. Tevens dreigde zij media te informeren als zij geen bericht ontving. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte met het oogmerk zich wederrechtelijk te bevoordelen, door bedreiging met smaad, probeerde [slachtoffer] te dwingen tot afgifte van geld.
De verdediging stelde dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk moest worden verklaard vanwege een onjuiste mededeling aan het slachtoffer over bedenktijd bij het doen van de klacht. De rechtbank oordeelde echter dat de klacht rechtsgeldig was ingediend en dat het OM ontvankelijk was.
De rechtbank nam de bekennende verklaring van verdachte en de aangifte van het slachtoffer als bewijs aan. Uit rapporten van gedragsdeskundigen bleek dat verdachte leed aan een waanstoornis en een persoonlijkheidsstoornis, waardoor het feit in verminderde mate aan haar kon worden toegerekend.
De rechtbank veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van vier maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, inclusief de bijzondere voorwaarde van reclasseringsbegeleiding en mogelijke psychiatrische behandeling. Tevens werd een in beslag genomen computer verbeurd verklaard.
De rechtbank sprak verdachte vrij van overige ten laste gelegde feiten en bepaalde dat de tijd in voorarrest in mindering wordt gebracht op de onvoorwaardelijke straf.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf, waarvan drie maanden voorwaardelijk met reclasseringsbegeleiding.