ECLI:NL:RBBRE:2010:BL6273
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.A.F.M. Stassen
- D. Hund
- M.M. de Werd
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van balansopname schuld en voorziening bodemverontreiniging bij scheepswerf
Belanghebbende werd door haar directeur-grootaandeelhouder aansprakelijk gesteld voor bodemverontreiniging veroorzaakt door de exploitatie van een scheepswerf op gehuurde grond. De kern van het geschil betrof de vraag of per 31 december 2003 een schuld of voorziening op de balans kon worden opgenomen voor de milieuschade.
De rechtbank stelde vast dat bodemverontreiniging aanwezig was, maar dat onvoldoende duidelijkheid bestond over het tijdstip van ontstaan en de juridische verplichting tot vergoeding of sanering op de balansdatum. Juridische stappen tot aansprakelijkstelling waren pas in 2005 genomen, waardoor op de balansdatum geen afdwingbare verplichting bestond.
Ook voor het opnemen van een voorziening was onvoldoende zekerheid over toekomstige uitgaven, mede omdat subsidieopties voor sanering bestonden en de omvang van de verontreiniging niet volledig in kaart was gebracht. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende tegen de weigering van de inspecteur om de last te accepteren ongegrond.
De uitspraak bevestigt dat voor balansopname van milieuschade een juridische verplichting en voldoende zekerheid over toekomstige uitgaven op de balansdatum vereist zijn. De rechtbank legde geen proceskostenveroordeling op.
Uitkomst: De rechtbank wees het beroep af en oordeelde dat geen schuld of voorziening op de balans per 31 december 2003 kon worden opgenomen wegens onvoldoende zekerheid en juridische verplichting.