ECLI:NL:RBBRE:2010:BL2062

Rechtbank Breda

Datum uitspraak
28 januari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
584241 ov 10-218
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:209 BW
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing vereffening nalatenschap wegens geringe baten en ontheffing publicatieplicht

De rechtbank Breda behandelde een verzoek tot opheffing van de vereffening van de nalatenschap van een erflaatster die op 14 oktober 2009 overleed. Verzoeker, voogd en vereffenaar van de beneficiair aanvaarde nalatenschap, verzocht op grond van artikel 4:209 BW Pro om opheffing vanwege de geringe waarde van de baten (€ 483,94) ten opzichte van de schulden (€ 5.469,57).

De kantonrechter stelde vast dat de geringe baten aanleiding geven tot opheffing van de vereffening. Omdat er slechts één erfgenaam is en verzoeker tevens voogd en executeur is, was het horen van andere belanghebbenden niet noodzakelijk. De verstrekte informatie was voldoende voor toewijzing van het verzoek.

De rechtbank besloot tevens verzoeker te ontheffen van de wettelijke publicatieplicht in de Staatscourant en twee nieuwsbladen, omdat deze publicatiekosten niet in het belang zijn gezien de geringe baten. In plaats daarvan wordt bekendmaking via internet (rechtspraak.nl) als een even goede, zo niet betere, wijze van informeren beschouwd. De vereffeningkosten werden vastgesteld op nihil en de griffier werd opgedragen de opheffing in het boedelregister in te schrijven.

Uitkomst: De rechtbank beveelt opheffing van de vereffening en ontheft de verzoeker van de wettelijke publicatieplicht.

Uitspraak

RECHTBANK BREDA
Sector kanton
Locatie Bergen op Zoom
zaak/rolnr.: 584241 OV VERZ 10-218
beschikking d.d. 28 januari 2010 op een verzoek tot opheffing ex artikel 4:209 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW)
ingediend door:
[E.M.], wonende te 3[adres]
in de nalatenschap van:
[J.M.]
laatstelijk gewoond hebbende te [adres],
overleden te 14 oktober 2009 te Steenbergen,
nader te noemen “erflaatster”.
1. Het verloop van het geding
Dit blijkt uit het op 13 januari 2010 ter griffie ontvangen verzoekschrift, met bijlagen;
2. Het verzoek
2.1 Verzoeker, voogd over de enig erfgenaam van erflaatster, is vereffenaar van de beneficiair aanvaarde nalatenschap van erflaatster. Het verzoek wordt aldus begrepen dat verzocht wordt op grond van het bepaalde in artikel 4:209 BW Pro opheffing van de vereffening te bevelen, vanwege de geringe waarde van de baten van de nalatenschap.
2.2 Ter onderbouwing van het verzoek is een vermogensbeschrijving overgelegd.
3. De beoordeling
3.1 De kantonrechter is van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat de waarde van de baten van de nalatenschap (€ 483,94) zodanig gering is, dat er - gelet op de waarde van de schulden (€ 5.469,57)- aanleiding is om de opheffing van de vereffening te bevelen.
3.2 Nu er slechts één erfgenaam is, en verzoeker als voogd en executeur optreedt, is er geen reden om gevolg te geven aan de wettelijke plicht tot het horen van verzoeker. De door verzoeker verstrekte informatie is voldoende om het verzoek te kunnen toewijzen.
3.3 De wet bepaalt dat deze opheffing dient te worden gepubliceerd. Nu er vrijwel geen baten zijn, wordt geoordeeld dat het in niemands belang is om daarvoor nog kosten te maken. Omdat de nalatenschap beneficiair aanvaard is zouden de kosten van publicatie voor rekening van het budget voor de rechtspraak komen, dus voor rekening van de Staat. Nu daartoe geen dwingende noodzaak bestaat zal de -kostbare- wettelijk voorgeschreven wijze van bekendmaking (publicatie in de Staatscourant en advertentie in twee nieuwsbladen) niet worden voorgeschreven. De belanghebbenden kunnen immers ook op een andere wijze, namelijk via internet, worden geïnformeerd, hetgeen iedere belanghebbende een even goede, wellicht betere, mogelijkheid geeft om de financiële situatie van de nalatenschap te kunnen inzien. Dit brengt ook geen nieuwe kosten met zich mee. De bekendmaking van de beschikking zal plaatsvinden op rechtspraak.nl/uitspraken. Deze wijze van bekendmaking komt in de huidige tijd met internet beter tegemoet aan de bedoeling van de wetgever, dan met de publicatiemiddelen uit de tijd waarin het huidige erfrecht werd ontworpen, toen de toegang tot internet nog niet algemeen was. Verzoeker zal daarom worden ontheven van de wettelijke publicatieplicht.
3.4 De vereffeningkosten tot heden zullen, nu van dergelijke kosten niet is gebleken, worden vastgesteld op nihil.
3.5 De griffier zal zorg dragen voor inschrijving van de opheffing van de vereffening in het boedelregister.
4. De beslissing
De kantonrechter:
- beveelt de opheffing van de vereffening van de nalatenschap van erflaatster;
- ontheft verzoeker van de wettelijke publicatieplicht;
- stelt de vereffeningskosten tot heden vast op NIHIL;
- wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.
Deze beschikking is gegeven door mr. W.E.M. Verjans, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 28 januari 2010, in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.
Het beroepschrift moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend bij het gerechtshof te 's Hertogenbosch.