ECLI:NL:RBBRE:2010:BL0898
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Gameren
- De Graaf
- Josten
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie wegens ernstige schending procesorde bij drugshandel en witwassen
In deze strafzaak werd verdachte ten laste gelegd van meerdere drugshandel- en witwasfeiten, waaronder de in- en uitvoer van heroïne, XTC en hashish, alsmede het aanwezig hebben van amfetamine en witwassen van geld.
Tijdens het onderzoek bleek dat het proces-verbaal van het verhoor van verdachte op 9 oktober 2008 niet overeenkwam met de feitelijke gang van zaken. De verbalisanten hadden na het verhoor wijzigingen en aanvullingen aangebracht zonder dit aan verdachte te melden, waardoor niet meer te reconstrueren viel hoe het verhoor precies was verlopen. Dit leidde tot ernstige twijfels over de betrouwbaarheid van het onderzoek.
De rechtbank oordeelde dat deze ernstige schendingen van de beginselen van een behoorlijke procesorde een fundamentele inbreuk op het recht op een eerlijk proces vormden. Gelet op het Karmancriterium en de belangen van de gemeenschap bij een correcte rechtspleging, werd het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van verdachte.
De rechtbank wees daarbij op de onherstelbaarheid van de vormverzuimen en het feit dat de bekentenis van verdachte een essentieel onderdeel van het onderzoek vormde. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 27 januari 2010.
Uitkomst: Het openbaar ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ernstige schendingen van de procesorde bij het verhoor van verdachte.