ECLI:NL:RBBRE:2009:BK7182
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening en onbevoegdheid rechtbank inzake vrijstelling en bouwvergunning Havenmeesterproject Tilburg
Verzoekster maakte bezwaar tegen de door verweerder verleende vrijstelling ex artikel 19, eerste lid, van de WRO en de bouwvergunning voor fase A van het Havenmeesterproject in Tilburg. De aanvraag voor de bouwvergunning werd ingediend na 1 juli 2008, waardoor artikel 46 van Pro de Woningwet van toepassing is, maar de rechtbank oordeelt dat deze niet van toepassing is vanwege de eerder verleende vrijstelling die de strijdigheid met het bestemmingsplan wegneemt.
De voorzieningenrechter stelt dat tegen de vrijstelling geen zelfstandig beroep openstaat en dat het bezwaar tegen deze vrijstelling moet worden betrokken bij de beoordeling van het bezwaar tegen de bouwvergunning. Daarom verklaart de rechtbank zich onbevoegd om kennis te nemen van het bezwaar tegen de vrijstelling en stuurt dit terug naar verweerder.
Ten aanzien van het verzoek om voorlopige voorziening is de voorzieningenrechter van oordeel dat de ruimtelijke onderbouwing van het project voldoende is en dat het bedrijf van verzoekster niet onevenredig wordt geschaad. De geluidbelasting op de nieuwe woningen blijft binnen aanvaardbare grenzen mits bepaalde maatregelen worden getroffen. Er is onvoldoende grond om de voorlopige voorziening toe te wijzen.
De rechtbank wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en verklaart zich onbevoegd in de hoofdzaak met betrekking tot het bezwaar tegen de vrijstelling, waarbij het bezwaarschrift wordt teruggestuurd naar verweerder ter behandeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de rechtbank verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het bezwaar tegen de vrijstelling, dat wordt teruggestuurd naar verweerder.