ECLI:NL:RBBRE:2009:BK6089
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrekbeperking NMa-boete in vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een BV gevestigd te Eindhoven, bracht in haar aangifte vennootschapsbelasting over 2006 een bedrag van €136.000 aan NMa-boetes ten laste van de fiscale winst. De inspecteur wees dit af op grond van de aftrekbeperking van artikel 8, eerste lid, Wet Vpb in verbinding met artikel 3.14 Wet IB 2001.
De rechtbank behandelde de vraag of deze boetes onder de aftrekbeperking vallen en oordeelde dat de NMa-boete een bestuurlijke boete is die gericht is op bestraffing van overtredingen van mededingingsregels. De rechtbank verwierp het beroep van belanghebbende dat de boetes deels ontnemingsmaatregelen zijn en dat de aftrekbeperking in strijd zou zijn met het EG-verdrag, het EVRM en het gelijkheidsbeginsel.
Verder wees de rechtbank een verzoek om uitstel af omdat het te laat was ingediend en geen uitzonderlijke omstandigheden bevatte. De rechtbank concludeerde dat de aftrekbeperking rechtmatig is toegepast en verklaarde het beroep ongegrond. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van aftrek van NMa-boetes in de vennootschapsbelasting is ongegrond verklaard.