ECLI:NL:RBBRE:2009:BK3784
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.H.C. Blommers
- W. Brouwer
- M.G.J.M. van Kempen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep wegens onzakelijke geldleningen aan deelnemingen zonder zekerheden
Belanghebbende had in 2002 geldleningen verstrekt aan haar deelnemingen [D] en [A], die kort daarna voor een veel lager bedrag werden verkocht en in 2005 failliet gingen. De rechtbank oordeelt dat de geldleningen niet onder zakelijke voorwaarden zijn verstrekt, mede omdat er geen zekerheden waren gesteld, geen rente werd betaald en de aflossingsdatum na de verkoop lag.
Belanghebbende voerde aan dat de leningen zakelijk waren vanwege overeengekomen rente en looptijd, maar de rechtbank achtte dit niet aannemelijk. De inspecteur stelde dat sprake was van verliesfinanciering zonder zakelijk belang, wat door de rechtbank werd bevestigd.
De rechtbank baseerde zich onder meer op het arrest van de Hoge Raad van 9 mei 2008, waarin is bepaald dat een vennootschap geen verlies op een geldlening ten laste van de winst kan brengen indien een onafhankelijk derde het debiteurenrisico niet zou aanvaarden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard omdat de geldleningen onzakelijk zijn en het verlies niet ten laste van de winst kan worden gebracht.