ECLI:NL:RBBRE:2009:BK1799
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening
- Vincent
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen inzake maximumtarieven en aanbesteding Wmo-hulp bij het huishouden West-Brabant
In deze zaak vorderden Thebe en De Markenlanden voorlopige voorzieningen tegen negen gemeenten in West-Brabant met betrekking tot de Europese aanbesteding van Wmo-hulp bij het huishouden. Thebe wilde de aanbesteding laten staken of de gemeenten verbieden tarieven lager dan een vastgesteld maximum te hanteren. De Markenlanden vorderde onder meer de annulering van de lopende aanbestedingsprocedure vanwege onhaalbare maximumtarieven en onrechtmatigheden in de aanbestedingssystematiek.
Thebe werd niet-ontvankelijk verklaard omdat zij niet had ingeschreven op de aanbesteding en daardoor geen belang had bij haar vorderingen. De Markenlanden had wel ingeschreven, zij het met tarieven boven het maximum, en kon daardoor de rechtmatigheid van de maximumtarieven laten toetsen. De gemeenten stelden dat de maximumtarieven zorgvuldig waren vastgesteld, rekening houdend met een rapport van PricewaterhouseCoopers, het beschikbare budget en de CAO-VVT.
De voorzieningenrechter oordeelde dat onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat de maximumtarieven onredelijk of onzorgvuldig waren vastgesteld. Ook was niet gebleken dat de gemeenten onrechtmatig hadden gehandeld jegens De Markenlanden. De vorderingen van De Markenlanden werden daarom afgewezen. Beide eisers werden veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd uitgesproken op 3 november 2009 door de voorzieningenrechter Vincent.
Uitkomst: Thebe werd niet-ontvankelijk verklaard en de vorderingen van De Markenlanden werden afgewezen.