ECLI:NL:RBBRE:2009:BK1542
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrek overdrachtsbelasting bij kwijtschelding in verband met metterwoonclausule
Belanghebbende heeft van haar ouders het bloot eigendom van een woonhuis gekocht waarbij de ouders zich het recht van vruchtgebruik hebben voorbehouden, inclusief een metterwoonclausule die het vruchtgebruik beëindigt bij het verlaten van de woning. Voor de overdrachtsbelasting is een waardedrukkende factor van 25% toegepast. Vervolgens hebben de ouders een groot deel van de koopsom kwijtgescholden, wat aanleiding gaf tot het opleggen van schenkingsrecht.
In geschil was welk bedrag aan overdrachtsbelasting in mindering mag worden gebracht op het schenkingsrecht op grond van artikel 24, vierde lid van de Successiewet. Belanghebbende stelde dat de waardeverhogende factor van de metterwoonclausule ook bij de vermindering van het schenkingsrecht moest worden toegepast, wat zou leiden tot een hogere aftrek.
De rechtbank oordeelde dat de wettelijke tekst zo moet worden uitgelegd dat de aftrek beperkt is tot de overdrachtsbelasting betaald over het bedrag waarover daadwerkelijk recht van schenking wordt geheven, zonder toepassing van de waardeverhogende factor. Hierdoor wordt dubbele heffing voorkomen zonder dat er een deel van de overdracht en schenking buiten belastingheffing valt. Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag schenkingsrecht is ongegrond verklaard met een vermindering van € 7.711 aan overdrachtsbelasting.