ECLI:NL:RBBRE:2009:BJ6600
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening bij verlaging bijstandsuitkering wegens inwonend studerend kind met arbeid
Verzoekster maakte bezwaar tegen de verlaging van haar bijstandsuitkering per 1 juli 2009 van de norm voor een alleenstaande ouder naar die voor een alleenstaande met een toeslag van 10%, omdat haar meerderjarige inwonende zoon inkomsten had uit studiefinanciering en arbeid. Verweerder hanteerde een vast vrijlatingsbedrag voor inwonende kinderen, zonder onderscheid te maken tussen studerende en niet-studerende kinderen met arbeid.
De voorzieningenrechter oordeelde dat dit beleid onredelijk is omdat studerende kinderen hogere studiekosten hebben die niet worden gecompenseerd. Bovendien leidt het beleid tot ongelijke behandeling van ouders met studerende kinderen die werken ten opzichte van ouders met niet-studerende werkende kinderen.
De voorzieningenrechter kende daarom de voorlopige voorziening toe, waarbij verzoekster per 1 juli 2009 een bijstandsuitkering krijgt naar de norm voor een alleenstaande met een toeslag van 20% en een overbruggingstoeslag. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Het oordeel is voorlopig en niet bindend voor de hoofdzaak.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en verzoekster ontvangt een bijstandsuitkering met toeslag van 20% en overbruggingstoeslag per 1 juli 2009.