ECLI:NL:RBBRE:2009:BJ6486
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling waarde perceel landbouwgrond met Ruimte voor Ruimte-contingent voor overdrachtsbelasting
Belanghebbende kocht een perceel landbouwgrond met de intentie om na een positieve Ruimte voor Ruimte (RvR) procedure een woning te bouwen. De inspecteur legde een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op omdat hij het perceel als bouwgrond waardeerde, wat leidde tot een hogere waardering dan de agrarische waarde. De rechtbank stelde vast dat de waarde in het economisch verkeer niet alleen afhankelijk is van de agrarische bestemming, maar ook van de kans op slagen van de RvR-procedure en de bouwintentie van belanghebbende.
De rechtbank oordeelde dat het perceel niet gelijkgesteld kan worden aan bouwgrond vanwege de onzekerheid omtrent bestemmingswijziging. Noch de inspecteur noch belanghebbende konden de waarde aannemelijk maken; de inspecteur vergeleek het perceel met bouwrijpe bouwgrond zonder taxatierapport, en belanghebbende baseerde zijn waardering op vraagprijzen en hield rekening met waardevermindering door stankoverlast. De rechtbank stelde de waarde in goede justitie vast, rekening houdend met ontwikkelingskosten en de wettelijke ondergrens van de betaalde overdrachtsprijs.
Daarom werd de naheffingsaanslag vernietigd, de heffingsrente verminderd tot nihil, en de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak bevestigt dat bij waardering van grond met een mogelijke bouwbestemming onzekerheden en ontwikkelingskosten meegewogen moeten worden, en dat de waarde ten minste gelijk is aan de betaalde prijs.
Uitkomst: De naheffingsaanslag overdrachtsbelasting wordt vernietigd en de waarde van het perceel wordt vastgesteld op de betaalde overdrachtsprijs.