ECLI:NL:RBBRE:2009:BJ5022
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen beslissing officier van justitie inzake vermeende hinder bij inhaalmanoeuvre op autosnelweg
Betrokkene voerde een inhaalmanoeuvre uit op een autosnelweg met een maximumsnelheid van 100 km/uur. Na de manoeuvre werd hij aangehouden omdat hij een achter hem rijdende bestuurder zou hebben gehinderd. Betrokkene stelde dat die bestuurder te hard reed, wat bevestigd werd met een gemeten snelheid van 115 km/uur.
De kantonrechter oordeelde dat betrokkene geen overtreding had begaan, mede gelet op de snelheid van de andere bestuurder. Tevens was betrokkene niet in de gelegenheid gesteld om zich adequaat te verdedigen, ondanks zijn expliciete verzoek om gehoord te worden door de officier van justitie.
Daarom werd de beslissing van de officier van justitie vernietigd. Betrokkene kreeg een reiskostenvergoeding toegekend en de gestelde zekerheid moest aan hem worden terugbetaald. Het beroep werd ontvankelijk verklaard en gegrond bevonden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de beslissing van de officier van justitie wordt vernietigd wegens onvoldoende gelegenheid tot verdediging.