ECLI:NL:RBBRE:2009:BJ5018
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergrijpboete wegens pleitbaar standpunt bij malversaties en afwijzing afwaardering vordering tot ondernemingsvermogen
Belanghebbende is slachtoffer geworden van malversaties door een assurantie tussenpersoon en diens bedrijf, waarbij vorderingen zijn ontstaan die hij wilde afwaarderen ten laste van zijn ondernemingswinst. De inspecteur heeft dit afgewezen en een vergrijpboete opgelegd.
De rechtbank oordeelt dat belanghebbende weliswaar een onderneming drijft en de inkomsten uit zijn werkzaamheden als winst moeten worden verantwoord, maar dat de vordering wegens malversaties niet tot het ondernemingsvermogen kan worden gerekend. De vermeende spaarpolis bestaat waarschijnlijk niet en is niet als ondernemingsvermogen opgevoerd.
De rechtbank vernietigt de vergrijpboete omdat het standpunt van belanghebbende pleitbaar is gezien zijn slachtofferpositie en de onduidelijkheid over de vordering. De aanslag wordt voor het overige gehandhaafd. De inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht wordt aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De vergrijpboete wordt vernietigd wegens pleitbaar standpunt, maar de aanslag wordt gehandhaafd.