ECLI:NL:RBBRE:2009:BJ3033
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen handelsvergunning Levocetirizine PCH
UCB Pharma B.V. verzocht de rechtbank om een voorlopige voorziening te treffen tegen het besluit van het College ter beoordeling van geneesmiddelen (CBG) om een handelsvergunning te verlenen aan Pharmachemie B.V. voor het geneesmiddel Levocetirizine PCH. Verzoekster stelde dat het besluit mede gebaseerd was op beschermde gegevens uit het registratiedossier van Xyzal, wat volgens haar onrechtmatig was. Tevens werd betoogd dat het gebruik van Zyrtec als referentiemiddel onjuist was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het belang van verzoekster voldoende spoedeisend was voor een inhoudelijke beoordeling, maar dat het bestreden besluit niet evident onrechtmatig was. De beoordeling van de aanvraag vond plaats via de gedecentraliseerde procedure waarbij Duitsland als referentiestaat fungeerde. De door het Bundesinstitut für Arzneimittel und Medizinprodukte (BfArM) opgestelde stukken, inclusief bridging studies, waren openbaar en goedgekeurd door alle betrokken lidstaten.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het CBG terecht het oordeel van het BfArM had overgenomen en dat er geen gegronde redenen waren om aan te nemen dat Levocetirizine PCH een ernstig risico voor de volksgezondheid vormde. Het verzoek om schorsing werd daarom afgewezen. Elke partij draagt haar eigen proceskosten. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de handelsvergunning voor Levocetirizine PCH wordt afgewezen.