ECLI:NL:RBBRE:2009:BI4294
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. Hund
- Rechtspraak.nl
Belastingaftrek persoonsgebonden budget niet toegestaan als buitengewone uitgave
Belanghebbende ontving een persoonsgebonden budget (PGB) voor de verzorging van zijn gehandicapte dochter, dat hij en zijn echtgenote gebruikten voor haar zorg. Het totaalbedrag van €29.599 werd door belanghebbende als buitengewone uitgave opgevoerd in zijn belastingaangifte. De inspecteur weigerde deze aftrek omdat het bedrag volledig afkomstig was van het door de overheid verstrekte PGB en derhalve niet op belanghebbende drukte.
De rechtbank bevestigde dat uitgaven slechts als buitengewone uitgaven kunnen worden afgetrokken indien deze daadwerkelijk drukken op de belastingplichtige. Omdat het PGB een uitkering van derden is en de zorginkoop in het economische verkeer plaatsvindt, kwalificeert de betaalde vergoeding aan de hulpverlener niet als een drukkende uitgave, ook niet wanneer de zorg binnen het gezin wordt ingekocht.
Belanghebbende voerde meerdere verweren aan, waaronder een beroep op een brief van de staatssecretaris en een arrest van de Hoge Raad, maar deze werden verworpen omdat de situaties niet vergelijkbaar zijn en het PGB aan de dochter niet belast wordt. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond vanwege een vergissing van de inspecteur in de aanslaghoogte, maar wees de aftrek van de buitengewone uitgaven af. De inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De aftrek van het persoonsgebonden budget als buitengewone uitgave wordt afgewezen, maar de aanslag wordt verminderd wegens een vergissing van de inspecteur.